Dat ging ook op voor Petra (46) moeder van een zoon (10) en een dochter (14). “Voor mijn oudste werd geboren heb ik nog tegen mijn verloskundige gezegd dat ik me niet zou laten ‘inpalmen door de borstvoedingsmaffia’.” Mijn man moet daar nog steeds smakelijk om lachen.”

“Gelukkig ging het geven van borstvoeding direct heel goed. Een vriendin vroeg me in diezelfde periode hoelang ik nog wilde doorgaan. ‘Tot zes maanden’, zei ik. Dat is in Nederland zo’n beetje de standaard.”

“Het aantal voedingen werd minder, mijn borsten waren eraan gewend en mijn dochter en ik raakten steeds beter op elkaar ingespeeld.”

Petra

“Mijn vriendin zei toen: ‘Maar na zes maanden wordt het pas leuk!’ Ik vond het maar een vreemde opmerking. Natuurlijk, borstvoeding geven was knus en gezellig. Maar ook best zwaar, met steeds dat kolven en nachtvoedingen. Toch zette het me aan het denken: waarom stelde ik een deadline?”

“En mijn vriendin had gelijk; na zes maanden werd het juist minder zwaar. Het aantal voedingen werd minder, mijn borsten waren eraan gewend en mijn dochter en ik raakten steeds beter op elkaar ingespeeld. Uiteindelijk stopte mijn vriendin na een jaar, maar ging ik door.”

‘Langvoeden is echt niet raar’

Het stoppen ging uiteindelijk heel geleidelijk, zegt Petra, en de behoefte van haar dochter doofde uit. “Soms sloeg ze zelfs een maand over, maar als ze dan ziek was of een keer heel hard gevallen, wilde ze graag weer even aan de borst. De laatste voeding gaf ik haar toen ze een jaar of negen was.”

Ondanks dat Petra dus zelf langvoedster is, vindt ze dat iedere moeder zelf moet bepalen hoelang ze borstvoeding wil geven. “Het is een persoonlijke keuze, het moet bij je passen. Ik vind het alleen wel belangrijk dat meer moeders weten dat langvoeden echt niet raar is.”

“Hoe minder melk er wordt gemaakt, hoe geconcentreerder de afweerstoffen. Een ouder kind krijgt een steeds geconcentreerdere moedermelk binnen.”

Gonneke van Veldhuizen-Staas, lactatiekundige

Dat beaamt ook lactatiekundige `Gonneke van Veldhuizen-Staas, coauteur van Het nieuwe borstvoedingboek. “De gedachte is dat lang voedende moeders niet kunnen loslaten of zelfs dat er seksuele aspecten aan kleven. En dat terwijl het voeden van een ouder kind juist heel natuurlijk is volgens antropoloog Katherine Dettwyler. Ze ontdekte dat bij natuurvolken de natuurlijke leeftijd waarop kinderen de borst niet meer willen rond dezelfde leeftijd ligt als het wisselen van de tanden; zo tussen de vijf en acht jaar.

Minder gezondheidsrisico’s door langer voeden

“Hoe minder melk er wordt gemaakt, hoe geconcentreerder de afweerstoffen. Een ouder kind krijgt een steeds geconcentreerdere moedermelk binnen. Het heeft dus zeer zeker een gezondheidsvoordeel”, zegt Van Veldhuizen-Staas. “Helemaal nu er antistoffen tegen corona in moedermelk zijn aangetoond bij vrouwen die corona hebben gehad.”

Volgens onderzoek van de Organisatie van Amerikaanse Kinderartsen (AAP) zouden daarnaast kinderen die langer dan zes maanden borstvoeding krijgen minder risico lopen op het ontwikkelen van leukemie, lymfoom of diabetes type 1 en 2. Als vrouwen elk kind een half jaar langer zouden voeden, scheelt dat jaarlijks 25.000 gevallen van borstkanker in de westerse wereld. In Nederland zou dat neerkomen op vijfhonderd cases per jaar.

“Wel ben ik vanaf haar derde gestopt met in het openbaar voeden. Ik heb zoveel opmerkingen naar mijn hoofd gekregen.”

Petra

Ook vermindert lang voeden het risico op eierstokkanker, diabetes, hypertensie, zwaarlijvigheid en een hartaanval, zo blijkt uit onderzoek van de gezondheidsorganisatie WHO. De organisatie adviseert volledige borstvoeding voor baby’s tot zes maanden. Daarna krijgt het kind geleidelijk steeds meer vaste voeding, die volgens de WHO tot het kind twee jaar is het beste met borstvoeding gecombineerd kan worden.

Niet meer in het openbaar

Petra vergelijkt het voeden met het hand in hand lopen met je kind: eerst doe je dat voortdurend, maar gaandeweg steeds minder. “Wel ben ik vanaf haar derde gestopt met in het openbaar voeden. Ik heb zoveel opmerkingen naar mijn hoofd gekregen, tot dat ik mijn kind zou mishandelen aan toe. Zelfs mijn dochter kreeg met commentaar te maken.”

“Tot een jaar of zes was ze er heel open over. Daarna merkte ik dat dat anders werd, en dat ze het ook niet meer fijn vond als ik het aan andere mensen vertelde. Het was echt iets van ons. Zo is het ook verlopen met mijn zoon, al stopte hij wat eerder; rond zijn zevende. Maar ook dat is heel natuurlijk gegaan. Op een dag zei hij gewoon dat hij geen zin meer had.”