Omgaan met pijn

Anemoon > De bevalling > Omgaan met pijn

Het is maar goed dat weeën pijn doen. Zo word je gewaarschuwd dat je kindje binnenkort geboren gaat worden. Stel je eens voor dat je er niets van zou voelen… Dan zou je zomaar bijvoorbeeld op straat of in de supermarkt kunnen bevallen.

Weeën doen pijn omdat de baarmoedermond erg gevoelig is. Tijdens de bevalling wordt de gevoelige baarmoedermond onder druk geopend. Bovendien hangt de baarmoeder aan allerlei banden (soort spiertjes) aan het bekken. De banden staan erg onder spanning omdat de baarmoeder gegroeid is. Als de baarmoeder samentrekt tijdens een wee, dan komt er nog meer spanning op die banden, wat pijn geeft. De banden lopen van de baarmoeder naar diverse plekken van het bekken. Hierdoor kan de pijn op verschillende plaatsen zitten. De ene heeft vooral pijn net boven het schaambotje (buikweeën), de ander heeft last van lage rugpijn (rugweeën). Soms kan de pijn ook uitstralen naar de benen (beenweeën).

Omgaan met de pijn

Het is simpel gezegd, maar het belangrijkste is dat je je niet tegen de pijn verzet. Probeer een knop om te zetten en te bedenken dat de pijn tijdelijk is en een doel heeft. Als je je verzet tegen de pijn, dan komt er meer adrenaline vrij in je lichaam. Adrenaline zorgt ervoor dat je moeilijker ontsluit, wat de bevalling vertraagt en dat er minder endorfine vrijkomt. Endorfine wil je juist graag zoveel mogelijk hebben, want dit is een natuurlijke morfine en zorgt ervoor dat je de pijn beter kunt verdragen. Het is dus belangrijk dat je je op je gemak voelt tijdens de bevalling. Ga mee in de golven van de pijn. Op die manier heb je het meeste kans op een voorspoedige bevalling.

In het begin van de bevalling valt de pijn meestal nog wel mee. Natuurlijk voel je de weeën goed, maar je kunt ze nog best hebben. Fixeer je in deze periode niet op de weeën. Doe nog zoveel mogelijk andere dingen en probeer jezelf af te leiden. Maar dan er komt een periode dat je niets anders meer kunt dan bezig zijn met de weeën. Ze komen steeds vaker, maar ze gaan vooral steeds meer pijn doen. Hieronder een aantal tips:

  • Probeer met je pijn mee te gaan.
  • Verzet je er niet tegen
  • Praat jezelf moed in. Als je tegen jezelf gaat zeggen: ‘dit red ik nooit’, dan wordt het alleen maar moeilijker.
  • Bedenk dat de pijn over 1 minuut weer over is.
  • Bedenk dat iedere wee je dichter bij het einde brengt.
  • Probeer geen controle te hebben over je lichaam, maar laat alles los.
  • Verkramp niet met je onderlichaam. De baarmoeder is een spier en een spier waar spanning op staat gaat moeilijker open dan een spier die ontspannen is. Als je het gevoel hebt dat je ergens spanning op moet zetten, knijp dan met je handen in een kussen of iets dergelijks.
  • Bedenk dat de pijn je helpt dichter bij het einde te komen. Hoe meer pijn, hoe beter de weeën, hoe sneller je volledige ontsluiting bereikt.
  • Zoek een houding die voor jou het beste is om de weeën en dus de pijn op te vangen.
  • Zorg ervoor dat er geen storende elementen in je omgeving zijn. Als er mensen (bijvoorbeeld kinderen) in huis zijn die je uit je concentratie halen of ervoor zorgen dat je je niet vrij voelt om te doen wat je wilt, vraag ze dan vriendelijk om weg te gaan. Rust en je veilig voelen zijn belangrijk voor een goede ontsluiting.
  • Als je je verzet tegen de pijn belemmer je (onbewust) de bevalling, waardoor het vaak trager gaat en de weeën niet goed doorzetten.

Pijnbestrijding thuis
Ook thuis kun je best veel doen om de pijn dragelijker te maken. Naast de tips die worden gegeven bij omgaan met pijn, vind je hier allerlei tips om de pijn thuis te verlichten:

Begeleiding
Onderzoek heeft uitgewezen dat goede begeleiding door iemand waar je vertrouwen in hebt ervoor zorgt dat je beter met de pijn om kunt gaan. Natuurlijk zijn wij er voor je om je goed door je bevalling te begeleiden. Maar het kan ook je partner of een goede vriendin zijn, als die van zichzelf weet dat hij/zij het hoofd koel kan houden en je echt kan begeleiden en van advies kan voorzien.

Drukmassage
Vooral als je rugweeën hebt, kan masseren heel goed helpen. Vraag je partner of iemand anders die bij de bevalling aanwezig is om flink te drukken op de plaats die je het meest zeer doet. Vaak is dit één plek net boven je stuitje. Geef aan waar de plek precies zit en hoe hard er gedrukt moet worden. Bij de meeste vrouwen met rugweeën helpt het alleen als er echt flink hard gedrukt wordt op de éne plek. De partner moet met de handpalm hard drukken zolang de wee er in alle hevigheid is. Zodra de wee weg is, kan er gestopt worden met drukken. Geef dus ook aan wanneer je partner kan stoppen met drukken, want anders houdt deze het niet de hele bevalling vol. Ook bij beenweeën kan het helpen om je beide benen te laten masseren.

Warmte
Een warm bad of douche vinden de meeste vrouwen heerlijk als de weeën echt hevig zijn. Als je geen bad hebt, ga dan zitten onder de douche (tuinstoeltje of krukje) en houd de hete straal, tijdens een wee, op de plaats waar je de meeste pijn hebt. Als je in bad kunt, zorg dan voor een flink warm bad en een behaaglijk warme badkamer. Blijf in ieder geval een paar weeën liggen. Sommige vrouwen vinden het warme bad in eerste instantie niet lekker, maar als ze wat langer blijven liggen, merken ze vaak toch dat de warmte de scherpe kantjes van de pijn afneemt. Bovendien zorgt de warmte ervoor dat je beter ontspant. De baarmoedermond is een spier en je kunt je voorstellen dat een spier die ontspannen is makkelijker open gaat dan een spier waar veel spanning op staat. We zien dan ook vaak dat vrouwen die bij hevige weeën in bad gaan zitten, makkelijker en sneller ontsluiten. Maar ook een rubberen kruik kan heerlijk zijn om de pijn te verzachten. Leg de hete kruik op de plek die je de meeste pijn doet.

Geboorte-TENS
TENS staat voor Transcutane Electro Neuro Stimulatie. Het is een apparaatje ter grote van een walkman met 4 elektroden pleisters die op de rug aangebracht worden. Door middel van lichte stroomstootjes zou het apparaat de pijnprikkels naar de hersenen moeten verminderen, waardoor de intensiteit van de pijn minder wordt. De pijn gaat dus niet weg, maar de scherpe kantjes worden weggehaald. De intensiteit van de prikkels is instelbaar, dus als de weeën meer pijn gaan doen dan kun je de prikkels verhogen. Er is diverse malen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van TENS in het algemeen. Het effect van de TENS is bij geen van deze onderzoeken aangetoond.

Pijnbestrijding in het ziekenhuis
Voor pijnbestrijding met medicijnen ben je op het ziekenhuis aangewezen. Thuis mag geen medicatie worden gegeven ter bestrijding van de pijn. Alle medicijnen komen ook bij de baby dus het is heel belangrijk is om de conditie van de baby in de gaten te houden door middel van een CTG (hartfilmpje).

Remifentanil infuus
Bij deze manier van pijnbestrijding krijg je een infuus met een pomp. Je kunt zelf (binnen grenzen gesteld door de arts) de hoeveelheid medicatie bepalen. Jij bepaalt dus hoe vaak je pijnbestrijding nodig hebt. Bijwerkingen zijn sufheid, misselijkheid en lage bloeddruk. Remifentanil kan effecten hebben op de ademhaling en hartslag. Jij en je kindje moeten dan ook continue gemonitord worden. Het middel mag alleen toegediend worden in een ziekenhuis waarbij de artsen in de verloskamers voldoende (bij)scholing hebben gehad in reanimatie bij ademhalings- en hartproblemen.

De ruggenprik
De ruggenprik is de meest effectieve vorm van pijnbestrijding. Je voelt de pijn helemaal niet meer. Maar er zijn natuurlijk ook nadelen:

  • Door het infuus en de bewakingsapparatuur voor jou en je kindje, moet je in bed blijven.
  • Daarnaast kunnen je benen en voeten gevoelloosheid zijn
    Een ruggenprik verhoogt de medicalisering van de bevalling (infuus, blaaskatheter, bewaking van de harttonen van de baby, weeënstimulatie en bewaking).
  • Soms lukt het niet om de ruggenprik te zetten en in 5% van de gevallen geeft de pijnstilling niet het gewenste effect.
  • Er bestaat mogelijk een verhoogde kans op een kunstverlossing bijvoorbeeld door middel van een vacuümpomp.
  • Het op gang komen van de borstvoeding wordt mogelijk vertraagd. De ruggenprik kan een blokkade vormen in de doorgifte van het hormoon dat de borstvoeding stimuleert (oxytocine).

Naast de nadelen, is er ook een (kleine) kans op bijwerkingen en (zeldzame) complicaties bij een ruggenprik. De anesthesioloog zal altijd voorzorgsmaatregelen nemen, om de kans op complicaties zo klein mogelijk te maken. Bijwerkingen of complicaties kunnen zijn:

  • Bloeddrukdaling: door epidurale anesthesie worden de bloedvaten in de onderste lichaamshelft wijder; daardoor kan de bloeddruk dalen. Om dit te voorkomen krijgt je al voor het inbrengen van de epidurale katheter extra vocht via een infuus. Bij een te lage bloeddruk kun je je niet lekker gaan voelen of duizelig worden. Door de bloeddrukdaling kan eventueel de hartslag van uw baby ook veranderen. Dit wordt zichtbaar op het hartfilmpje (CTG-bewaking).
  • Koorts: je kunt reageren met koorts, dat betekent dat je kindje na de bevalling wordt opgenomen op de kinderafdeling.
  • Lichte jeuk: ten gevolge van de werkzame stoffen in de ruggenprik kunnen er lichte jeukklachten optreden. Soms zijn deze zo heftig dat het behandeld moet worden met medicijnen.
  • Allergische reactie op plaatselijke verdoving: voor het zetten van de ruggenprik wordt de huid van de rug plaatselijk verdoofd. Wanneer je allergisch bent voor medicijnen die gebruikt worden voor plaatselijke verdoving, moet je dit aan anesthesioloog laten weten. Het risico bestaat op ernstige allergische reacties.
  • Ademhalingsproblemen: in zeldzame gevallen komen de medicijnen uit de ruggenprik bij zenuwen die de borstspieren aansturen terecht. Dit kan zorgen voor moeilijkheden met ademen.
  • Aanprikken van de bloedvaten: doordat de bloedvaten in de epidurale ruimte tijdens de zwangerschap opzetten, bestaat de kans dat tijdens het zetten van de ruggenprik een bloedvat wordt aangeprikt.
  • Geen/onvoldoende effect pijnstilling: soms bereiken de medicijnen niet de juiste plaats om voldoende pijnstilling te bieden. Dan kan het nodig zijn om de ruggenprik opnieuw te zetten en zo voor goede pijnstilling te zorgen.
    Zenuwprikkelingen: tijdens het zetten van de ruggenprik kan je zenuwprikkelingen voelen, een soort van elektrische schokjes. Dit is onschuldig en blijvende schade aan de zenuwen is zeer zeldzaam.
  • Rillen: het kan gebeuren dat je na het prikken van de epiduraal gaat rillen zonder dat je het koud hebt. Dit is onschuldig en meestal van korte duur. Het rillen ontstaat door veranderingen in uw temperatuurgevoel.
    Hoofdpijn: bij 1% van alle patiënten met epidurale pijnbestrijding komt het voor dat de ruimte rond het ruggenmerg (de spinale ruimte) wordt aangeprikt. Het gevolg is hoofdpijn, die meestal pas de volgende dag optreedt. De hoofdpijn komt op wanneer je gaat zitten en verdwijnt weer als je ligt. Het is een vervelend, maar onschuldig.
  • Rugklachten: rugklachten na een bevalling met epidurale pijnstilling worden niet direct door de epidurale katheter veroorzaakt. De oorzaak is waarschijnlijk een langdurige ongebruikelijke houding tijdens de bevalling met trekkrachten op zenuwen en banden van bekken en wervelkolom. Wel kan de epidurale katheter tijdelijk een beurs gevoel geven op de plaats van de prik.
    Ernstige complicaties als, zenuwbeschadiging, bloedingen, verlamming en infecties zijn gelukkig zeer zeldzaam.